Het grootste nadeel van een medium te zijn, is dat je weet wanneer je een dierbaar iemand moet afgeven. En of dat nu om een mens of een dier gaat, maakt niet uit, de pijn is even erg.
Een aantal jaren geleden ontmoette ik in mijn praktijk een heel bijzonder meisje, Hanne genaamd. Han- ne was toen nog maar zestien jaar. Ze had een boel problemen met zichzelf en deed aan zelfverminking. Haar moeder kwam bij me omdat ze niet meer wist hoe haar dochter nog geholpen kon worden. Ze had echt alles geprobeerd om Hanne duidelijk te maken dat ze nog een heel leven voor zich had, maar niets hielp. Hanne bleef zoeken naar middelen om zichzelf te pijnigen, zodat haar lichamelijke pijn de geestelij- ke smart zou overtreffen. Ze leefde in haar eigen wereldje en sloot zich met momenten af voor alles en ie- dereen om zich heen. Tot de dag dat ze bij me kwam. Meteen zag ik dat ze een bijzonder en sterk spiritueel meisje was, midden in haar ontplooiing tot volwassen vrouw. Ik herinner me nog het ogenblik dat ik in haar prachtige bruine ogen keek: het leek alsof ik de zee zag en ik verdwaalde mee in haar tranen van die- pe, innerlijke pijn. Ik vertelde haar dat er hoop voor haar was, dat ik haar zou helpen, maar dat we het sa- men zouden moeten doen. Tussendoor vertelde ik haar dat ze later misschien wel een sterke collega van me zou kunnen worden. Maar nu moesten we ons eerst concentreren op het doorbreken van die negatieve gedachtenspiraal, zodat ze opnieuw liefde en levenslust zou ervaren. Ik had er vertrouwen in, er was me- teen een klik tussen haar en mij alsof we elkaar al veel langer kenden.
In die periode werd Hanne ook begeleid door verschillende dokters. Het is heel belangrijk de geneeskun- de niet uit te sluiten, dat heb ik haar en haar mama ook meteen verteld. Daarnaast hadden ook ik en Han- ne vele gesprekken. Het verliep niet altijd even vlot, maar ik gaf niet op en bleef haar motiveren om aan zichzelf te werken. Opdat ook zij de hoop niet zou opgeven, gaf ik haar een paar inzichten mee die te ma- ken hadden met haar toekomst. Ze was nog erg jong en moest nog veel leren. Ik leerde haar opnieuw ge- nieten, van dag tot dag. Elke dag dat ze niet in haar lichaam kraste, was een goede dag. Na enkele maan- den met 'ups en downs' heb ik in overleg met de mama besloten om Hanne voor een bepaalde tijd bij ons in huis te nemen, verspreid over verschillende dagen en overnachtingen. Hanne was in de wolken. Onze band was heel sterk geworden en ze keek op naar het werk dat ik deed. Ik vertelde haar dan: 'Meisje, je zou eens moeten weten hoe sterk jij vanbinnen bent. Je zult later nog veel sterker worden. Ik ga het een eer vinden om jou te mogen begeleiden'. Ik zie nog de blik in haar ogen, ze moest lachen en keek me aan alsof ik van een andere planeet kwam. Ik nam haar dan vast en gaf haar een stevige knuffel. Hanne begon steeds meer een speciaal plekje in mijn hart te krijgen, ik werd er zelf soms angstig van. Dit had ik nooit eerder ervaren met iemand uit mijn praktijk. Ik heb werk en privé altijd goed gescheiden gehouden, tot Hanne kwam. Zij had een grote impact op mij.
Doordat Hanne bij ons leefde, maakte ik ook haar moeilijke momenten mee van heel dichtbij. Toch was het een goede beslissing, het was de enige manier om continu met haar bezig te kunnen zijn. Het was voor Hanne goed om even weg te zijn uit haar omgeving. Ook voor haar moeder bracht het wat rust, want zij ging door de hel iedere keer ze zag dat haar dochter zich had gesneden of gekrast. Ik probeerde Hanne een doel, een reden om te vechten mee te geven. Hanne zag mij en mijn echtgenoot en ons geluk deed haar veel. Ze hoopte later ook dat soort geluk te vinden. We hebben toen samen hele mooie en bijzondere momenten gekend. Het allermooiste was dat ik Hanne gelukkig zag. Haar ogen straalden en ze wilde gráág leven! Mijn missie was geslaagd, het werd tijd dat ik haar terug losliet. Ik vertelde haar nog dat ze nooit mocht vergeten hoe bijzonder ze was en dat ik haar later zeker zou begeleiden op spiritueel niveau. Moest ze de behoefte hebben om er iets mee te willen doen. Voor mij was het honderd procent zeker dat ze superbegaafd was en een goede en sterke collega van mij zou kunnen worden. Ik was er heel erg trots op dat ik opnieuw 'leven' in haar zag, want dat was helemaal uit dit meisje verdwenen.
Er was maar één gouden regel, die ik zowel Hanne als haar mama meegaf: ze mocht niet meer in contact komen met leeftijdsgenoten die ze had leren kennen tijdens haar begeleiding in groep. Als ze er niet mee zou breken, bestond de kans dat ze terug zou hervallen. Hanne deed erg haar best om deze regel op te volgen, ze nam zelfs een ander telefoonnummer. Maar ondanks dat, kon ze toch niet alle contacten verbre- ken. Daarvoor was ze te emotioneel. Ik deelde Hanne en haar mama nog mee dat de komende jaren heel belangrijk zouden zijn voor haar stabiliteit. Ze moest haar grenzen verleggen, werken aan haar toekomst door goed naar school te gaan, enzovoort. Het verleden moest ze nu helemaal loslaten. Ik verzekerde Han- ne dat ze me altijd mocht bellen als er iets was. Veel tijd had ik gewoonlijk niet maar Hanne had mijn hart veroverd. Voor mij was ze mijn spiritueel zusje geworden.
Op een gegeven moment wilde Hanne mij bedanken voor alles wat ik voor haar gedaan had. Stiekem had ze een verrassing voor mij geregeld, iets waarvan ze wist dat het mij gelukkig zou maken. Ze kwam mij sa- men met haar mama ophalen. Marc en ik namen plaats in de auto en ik werd geblinddoekt. Hanne had er een hoop pret in om mij te kunnen verrassen. Toen ze stopten om te tanken, vroeg ik of mijn blinddoek ein- delijk uit mocht. Neen, het mocht nog niet, ik moest geduld hebben. Ik dreigde ermee aan Phoenix te vra- gen wat er aan de hand was, zo ongeduldig werd ik. Hanne reageerde: 'Neen, Phoenix mag niets zeggen'! We waren nog maar net vertrokken na het tanken toen ik plots verbrand rubber rook. Ik kreeg een beetje schrik dat we een klapband zouden hebben of een ander ongeluk, dus ik besloot om toch maar te zeggen wat ik rook. Maar Hannes mama verzekerde dat alles in orde was, zij had net bij het tanken ook dat ver- brande rubber geroken. Na een tijdje zei Hanne: 'We zijn er bijna Naomi, nog maar tien minuutjes'! Toen kreeg ik door: 'Vrooooooooem...vrooooooooem...vrooooooem' en ik riep heel hard: 'Schumacher'! Iedereen begon onmiddellijk te lachen en Hanne zei even later: 'Die Phoenix van jou...! Dan zal ik nu je blinddoek maar afdoen'. We waren op het Circuit van Zolder! Hanne keek me heel lief aan en zei: 'Naomi, ik weet dat je van uitdagingen houdt. Hiermee wilde ik je verrassen, omdat je mij zo goed hebt geholpen'. Ze had er- voor gezorgd dat ik als een echte prof rondjes mocht meerijden op het circuit! Ik kon mijn geluk niet op, snelheid was altijd al iets waar ik van hield. Toen viel ook de puzzel in elkaar: verbrand rubber, vroooooem en Schumacher. Phoenix had zijn werk weer goed gedaan!
Hanne ging dus bij me weg, ze had besloten terug naar school te gaan en was gemotiveerder dan voor- heen. We hadden minder contact, maar ik was nog wel op de hoogte van hoe het met haar ging. Ze wilde graag psychologie studeren. Dat heeft ze maar enkele maanden gedaan, ze koos er al snel voor een punt te zetten achter haar studies en te gaan werken op leercontract. Toen ze meerderjarig was, ging ze alleen wonen. Ze kreeg hierin begeleiding. Hanne was toen heel gelukkig, het leven ging zijn alledaagse gang. Ik herinner me nog dat ik tegen haar zei dat ik eens dringend tijd moest maken om bij te praten met haar. Maar ze had het zelf ook heel erg druk, ze ging veel werken en was enorm gemotiveerd. Ik verzekerde haar nogmaals dat ze me altijd mocht bellen als ze hulp nodig had. Maar Hanne wilde gewoonlijk niemand las- tig vallen, ze was heel erg zelfstandig.
Een klein jaar later kreeg ik plots telefoon van de politie met de vraag of Hanne bij me was. Ik stond ver- steld, ik begreep niet waarom men naar mij belde. Ze was niet bij mij. Ik had Hanne zelf al een aantal maanden niet meer gehoord en besloot haar mama te bellen om te vragen wat er aan de hand was. Die vertelde me dat het met Hanne niet goed ging en dat ze de laatste maanden haar werk had verloren. Ze had verschillende zelfmoordpogingen ondernomen en had in het ziekenhuis gelegen. Hanne pijnigde zichzelf opnieuw en van rechtswege uit was er besloten dat ze beter opgenomen werd in een instelling voor psychiatrische patiënten. Daarop was Hanne gevlucht. Ik was helemaal van de kaart. Al die tijd had ik niets geweten, Hanne had me ook niet gebeld.
Enkele dagen later belde Hanne me spontaan op: ze wilde niet meer terug naar de gesloten instelling en ze wilde ook niet meer leven. Blijkbaar had ze opnieuw contact met mensen en zaken uit haar verleden waarvan ze geen afstand kon nemen. Ze werd opgeslorpt door alles wat maar negatief kon zijn. Ze vroeg me haar vertrouwen niet te beschamen en niemand te vertellen waar ze was. Ik wilde haar vertrouwen in- derdaad behouden, anders was ze een vogel voor de kat. Blijkbaar was ik de enige naar wie ze gebeld had, het werd dus wel zeer delicaat. De politie belde ik zelf op om te zeggen dat Hanne in Nederland en veilig was. Toen ik niet wilde zeggen waar precies, is de politie zelfs bij me langs gekomen om me onder druk te zetten. Maar ik wist dat Hanne verraden niet de manier was om haar te helpen, dus ik zweeg. Eén ding was overduidelijk: buiten haar mama, die ze niet altijd wilde belasten met alles, betrouwde Hanne maar één persoon écht en dat was ik. Mijn spiritueel zusje had mij terug nodig en had alleen naar mij ge- telefoneerd.
Ik besprak met Marc dat ik Hanne heel graag in huis zou nemen. Hij stond achter die beslissing en zei me dat als ik echt het gevoel had dat dit het juiste was om te doen, hij me honderd procent zou steunen. We wisten beiden dat het niet makkelijk zou zijn, zeker niet nu ze van rechtswege uit in een instelling ge- plaatst was. Het enige wat we wilden, was dat ze veilig en wel naar hier zou komen.
Dat ging allemaal niet zo eenvoudig. Hanne vroeg me nog even te wachten, ze wilde van haar vrijheid ge- nieten. En toen gebeurde het: ze belde me op, vertelde dat ze verschillende medicijnen had ingenomen en wilde via de telefoon afscheid van mij nemen. Ik trachtte haar zo lang mogelijk aan de telefoon te houden: waar was ze, waar was ze gaan wandelen, wat was ze onderweg allemaal tegengekomen, enzovoort. De details schreef ik op en later contacteerde ik de Nederlandse politie met de vraag haar op die bepaalde plek te gaan zoeken. Nog even later belde ik Hanne en als bij wonder nam ze de telefoon nog op. Ze ver- telde dat ze heel erg moe was, haar ogen wilde sluiten en nooit meer openen. Ze nam op een gegeven moment echt afscheid van me. Ik ben toen zo in paniek geslagen dat ik Phoenix op dat moment onmiddel- lijk in mijn lichaam voelde komen. Ik ging in een soort van trance en voor ik het goed en wel besefte, was mijn ziel bij haar. Ik probeerde haar te laten braken en het vreemde was dat ik haar ook zag braken! Toen ik zelf terug bij volle bewustzijn was, voelde ik me ellendig en ziek. Enkele minuten later belde Hanne me op: 'Wat heb jij met me gedaan, Naomi! Ik voelde dat je hier bij me was en ik heb onmiddellijk veel moeten braken'! Toen ik Hannes reactie hoorde, was ik heel blij. Ik vertelde Marc dat het me gelukt was haar te redden, maar dat het de volgende keer zeker fataal zou zijn. Ik hoorde mezelf die woorden zeggen en dacht triest: toen ze jonger was, kon ik haar zo goed helpen. Waarom gaat dat nu niet meer? Ik was ontzettend bang om haar te verliezen...
Die dag liep het gelukkig allemaal goed af en ik besefte heel goed dat mijn oergids Phoenix me geholpen had. Uiteraard was ik teleurgesteld in Hanne. Ze had mijn vertrouwen beschaamd. Had ze me niet beloofd dat ze niet zou proberen zelfmoord te plegen zolang ik mijn hand boven haar hoofd hield? De Nederlandse politie mocht haar niet brengen, ze moest vrijwillig naar België komen. Ik vond het belangrijk dat ik haar zelf ging halen en naar de instelling brengen, zonder dat er politie aan te pas zou komen.
Hanne had er onmiddellijk spijt van, ze begreep wat ze me had aangedaan. Uiteindelijk kon ik haar over- tuigen en kwam ze naar België terug. Eerst wilde ze nog onderduiken, ze wilde niet meteen terug naar de instelling. Na een tijdje ging ik haar ophalen en reed toch met haar naar het instituut. Er kwamen onmid- dellijk twee verplegers naar buiten die haar wilden meenemen. Ze zou een straf krijgen die iedereen kreeg die wegloopt: zich helemaal uitkleden om te zien of ze niets op zich droeg en dan vierentwintig tot achten- veertig uur eenzame opsluiting in een klein kamertje. Ik smeekte hen Hanne niet als een beest te behan- delen, ik wilde haar zelf het gebouw binnen leiden. Daar kreeg ik de kans om nog enkele minuten met haar te praten. Hanne begon meteen ontzettend te huilen, ze vond het vernederend zich te moeten uitkle- den voor die mannen. Ik beloofde dat ik alles zou doen om haar te helpen, maar dan moest ze wel mee- werken. Ik zou een aantal dagen per week vrij nemen om haar te komen bezoeken. Dat lag niet zo voor de hand, de instelling leek meer op een gevangenis met beperkte bezoekuren. Ik vroeg nog om een uitzonde- ring, maar helaas kon dat niet.
Terug thuis begon ik ontzettend te huilen. Ik vertelde mijn echtgenoot wat Phoenix me even daarvoor had doorgegeven: ik mocht Hanne absoluut niet mee naar huis nemen want ik zou haar niet kunnen helpen. Ze zou jong sterven, zoals ze er nu uitzag, maar met zwart haar. Ik zou haar deze keer niet kunnen tegen- houden en ik moest blij zijn dat ze vorige keer niet gestorven was. Toen ik die informatie doorkreeg, was ik ontzettend boos. Waarom had ik haar eerst wel mogen helpen en nu niet meer! Het enige wat ik nog wist, was dat ik deze informatie ook snel moest doorgeven aan Hannes mama. Dat deed ik dan ook. Ik verzekerde haar dat ik alles zou proberen om haar dochter te helpen, maar dat ik had doorgekregen dat ik haar niet meer zou kunnen helpen. En dat ik haar zag sterven zoals ik haar nu kende, maar dan met zwart haar. Ik hoopte uit de grond van mijn hart dat deze informatie verkeerd zou zijn. Hannes mama was er wel van aangedaan, maar ze zei ook: ‘Naomi, je kan niet meer dan je best doen. Als Hanne écht wilt sterven, zal niemand haar uiteindelijk kunnen tegenhouden'.
In de weken dat Hanne in de instelling moest doorbrengen, heb ik geprobeerd haar te helpen en er voor haar te zijn. Haar mama was de enige persoon die haar bijna dagelijks kwam bezoeken. Toch miste Han- ne soms het bezoek van andere mensen. Daardoor voelde ze zich soms in de steek gelaten, alsof ze een grote last was. Ze liet dat niet altijd merken, maar je kon het aan haar voelen. Er was geen vuur, passie, speelsheid of levenslust meer. Soms zag ik niet meer Hanne voor me zitten, enkel een lichaam dat vol medicijnen was gepropt. Toch waren er ook enkele momenten bij dat ze me spontaan knuffelde en zei: 'Ik zie je graag zusje, vergeet dat nooit'. Hanne knuffelde graag van nature uit, met haar mama deed ze dat ook. Op die ogenblikken gaf ze me terug hoop.
Samen met haar heb ik nog vaak gelachen, hoewel ik diep vanbinnen voelde dat er iets niet juist was. De woorden van Phoenix duwde ik van me weg, ik wilde er niet aan denken. Ik was zo blij dat ik de kans kreeg om haar te helpen. Regelmatig belde ik haar op. We praatten dan over alles en nog wat en ik vertelde haar dat ik zielsveel van haar hield en haar nooit meer zou loslaten. We zouden samen veel gaan doen, ik zou haar betrekken bij mijn werk. Hanne kon weer lachen en al snel begonnen we onze volgende ontmoeting te plannen.
Wanneer ik haar ging bezoeken, vroeg ik altijd of ik iets kon meebrengen. Op een dag vroeg ze me of ik zwarte kleurshampoo wilde meebrengen. Ze wilde net zo’n donker haar hebben als ik. Hanne had don- kerbruin haar en verfde het vroeger regelmatig zwart. Maar dat was nu al een hele tijd geleden. Toen ze me de vraag over de kleurshampoo stelde, herinnerde ik me de woorden van Phoenix. Maar ik probeerde die meteen weer van me af te zetten. Even later gaf ik Hanne de shampoo en ze was er dolblij mee. Ik zou haar drie dagen later al terug zien met haar zwart 'bolleke' en we zouden voor het eerst meer tijd hebben om samen door te brengen.
Een dag later belde ze me zelf op om te zeggen dat ze de shampoo gebruikt had en heel blij was dat ik die had meegebracht. Ik kreeg een vreemd gevoel en plots een grote angst over mij. Meteen zei ik haar dat ik ernaar uitkeek haar binnen twee dagen terug te zien. Naar aanleiding van haar 'zwart kopje', kreeg het ge- sprek ineens een heel andere wending. Ik vertelde haar dat ze moest volhouden, binnenkort zou ik haar heel erg nodig hebben. Er stond me iets ergs te wachten en ik zou veel verdriet hebben. Hanne wilde per se weten wat, maar ik hield mijn lippen stijf op elkaar. Ik wilde gewoon dat de boodschap overkwam: ik heb je nodig, hou vol. Het ergst van al was dat ik dat niet verzon: er stond me ook iets heel ergs te wachten.
Nog een dag later belde Hanne me terwijl ik bezig was met consultaties. Ze zei me dat ik morgen maar niet moest komen, het zou niet meer nodig zijn. De grond zakte weg onder mijn voeten. Ik vroeg haar waar ze momenteel was, ik hoorde achtergrondgeluiden. Hanne zei dat ze zich al een tijdje goed had gedragen, waardoor ze buiten de instelling mocht gaan wandelen als ze maar op een bepaald tijdstip terug binnen was. Ze zei me dat ze deze keer niet zou terugkeren, ze wilde zich voor een trein werpen. Ik heb toen alles geprobeerd om haar tegen te houden. Ik weet niet meer wat ik allemaal heb gezegd: dat ik van haar hield, dat haar mama van haar hield, dat ik haar nodig had, dat ze moest denken aan die treinbestuurder, enzo- voort. Ze zei heel koel: 'Dat interesseert me niet. Ik kan gewoon niet meer'. Ze verzekerde me dat ze me al- tijd graag had gezien en dankbaar was dat ik in haar leven had mogen zijn. Maar niemand zou haar nog kunnen helpen, haar besluit stond vast: ze zou sterven en zo een einde maken aan de geestelijke pijn.
Onmiddellijk belde ik naar de instelling, naar de politie en naar haar mama in de hoop dat iemand haar misschien nog zou kunnen tegenhouden. Op dat ogenblik vertelde Phoenix me dat het nu eenmaal zo ver was: Hanne zou sterven. Ik belde Hanne nog op en sprak een boodschap in, of ze me dringend wilde te- rugbellen! Dat deed ze nog: 'Naomi, ik neem nu voorgoed afscheid. Begrijp me alsjeblieft, ik kan écht niet meer, ik ben zo moe...'! Ik reageerde: 'Je denkt toch niet dat ik naar je begrafenis kom als je zoiets doet'! Hanne antwoordde: 'Ik weet zeker dat je zult komen want je ziet me graag...'! En toen gebeurde het. Ik hoor- de de trein op de achtergrond, Hanne bleef koel en beheerst. Ik riep nog: 'Hanne, doe het alsjeblief niet! Ik zie je graag'! Plots hoorde ik een kort en krachtig gekraak en dat was het laatste wat ik van Hanne hoorde.
Ze liet twee dingen na. Een smsje dat ze nog had verstuurd naar haar mama, haar broers en mij met de melding: ik kan niet meer, treur niet om mij... En een gigantische leegte in het hart van ieder die van haar hield.
Meteen daarna belde ik de politie en zei hen dat het te laat was, dat Hanne overleden was. Op dat moment kreeg de politie een melding binnen dat iemand zich voor de trein had geworpen, op dezelfde plaats die ik hen reeds had beschreven. Men vroeg me om het nog even stil te houden en of Hanne een kenmerk had zodat ze konden zien of het over dezelfde persoon ging. Ik zei hen dat Hanne sinds gisteren zwart geverfd haar had. Even later belde de politie mij op: ze hadden bij de spoorweg het lijk van een jonge vrouw gevon- den met zwart haar: Hanne.
Hanne was nog maar net overleden of ik kreeg een volgende klap te verwerken: mijn kindje, mijn Booke, ons dwerghangoorkonijntje stierf. Diep vanbinnen was ik erg teleurgesteld, ik had Hanne nog zo gezegd dat ik haar binnenkort heel erg nodig zou hebben. Maar ze was er niet meer en ik bleef achter met een grote leegte. Mijn spiritueel zusje Hanne weg, mijn Booke weg... Ik voelde mijn hart in tweeën breken en zat op dat moment in het grootste dal van mijn leven.
De dag van de gebedswake ben ik samen met Marc nog een laatste groet gaan brengen aan Hanne. Ik was ontzettend emotioneel toen ik haar zag. Ze was nog erg intact met haar 'zwart bolleke'. Er straalde vrede van haar af. Ik heb haar toen gestreeld over haar armen, haar hoofd, haar wangen en kuste haar op haar voorhoofd. Ik vertelde haar dat Booke gestorven was en dat ik haar daarom zo nodig had. Ik vroeg haar ook om vergiffenis omdat ik haar had gezegd dat ik niet naar de begrafenis zou komen. Hanne wist wel dat ik zou komen. Ik zag haar graag, waar zou ik anders zijn die dag?
Hanne was een heel spirituele, jonge vrouw. Ze kon enorm spontaan zijn en lekker knuffelen. Toch was ze niet gelukkig en probeerde ze meer dan eens een punt te zetten achter haar leven. Het is heel moeilijk om te begrijpen waarom iemand dat wil doen. Toch moeten we er vrede mee nemen, want 't was haar keuze.
|